donderdag 21 augustus 2008

het nieuwe fonds voor de podiumkunsten...


Het nieuwe fonds voor de podiumkunsten heeft besloten aan een drietal internationaal in hoog aanzien staande Nederlandse muziekgezelschappen geen subsidie meer toe te kennen. Ton Koopman met zijn Amsterdam Baroque wordt verweten een ondoorzichtige en inefficiënte bedrijfsvoering te hebben, bovendien zou hij niets ‘nieuws’ bijdragen aan de ‘oude’ muziek. Het Asko ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw wordt slecht cultureel ondernemerschap verweten. Het Nederlands Kamerkoor krijgt ook minder subsidie omdat het niets zou toevoegen aan het door het fonds gestelde culturele normen. Geen cent meer voor jullie! Ton Koopman merkt fijntjes op dat de ambtenaren van het fonds nog wel eens zullen zien wie nu de echt goede culturele ondernemers zullen zijn in de toekomst. Tegelijkertijd merkt Koopman op dat het de doodsklap is voor een internationaal opererend gezelschap. De verblijfskosten van de musici in het buitenland moeten nu bijvoorbeeld worden betaald uit eigen zak. Reinbert de Leeuw merkt op dat voor de productie van de jubileum 25 cd box - die overigens wereldwijd enorm goed werd verkocht - geen cent subsidie te pas is gekomen. Gezelschappen ook die in het buitenland volle zalen trekken. Reinbert de Leeuw merkt op dat de ´deskundigen´ van het fonds nooit zijn uitverkochte concerten bezoeken. De Leeuw: ´ik ken er niemand van, ik heb ze nooit gesproken´ Het fonds heeft in haar culturele ´wijsheid´ besloten dat Jan Willem de Vriend en zijn Combattimemto Consort veel meer subsidie krijgt dit jaar. Hoezo, een aanwinst voor de oude muziek vragen wij ons af. Ach, de ambtenaartjes zullen het allemaal wel beter weten. Ton Koopman merkte eens op dat hij er wellicht beter aan zou doen om voorgoed naar Frankrijk te verkassen (daar weet men echt welke gezelschappen en musici er toe doen) - Nou Ton: onze zegen heb je. Hier heerst de VOC mentaliteit van Balkenende en zijn nieuw links. Toch?

woensdag 9 juli 2008

naburige rechten en een analoge droom








Vlak voor de vakantie is er altijd wel iets waar je je druk om maakt. Deze week viel bij ons de licentie aanvraag van Sena in de bus. Sena is de organisatie die zich op last van onze overheid bezig houdt met de zogenaamde naburige rechten. Iedereen die zich bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven krijgt vroeg of laat te maken met Sena. Die naburige rechten heeft de overheid bedacht om bedrijven en organisaties geld afhandig te kunnen maken voor het gebruik van ge-re-produceerde muziek op de werkplek. Daar moeten rechten over worden betaald. Immers: de overheid is begaan met het lot van artiesten en hun muziek. Heeft u een winkeltje waar u postzegels verkoopt, en u heeft in uw kantoortje een radio staan om het voor uzelf gedurende de stille uurtjes wat aangenamer te maken door te luisteren naar de arbeidsvitaminen, dan moet u daar - naast de kosten voor de aansluiting - ook nog eens extra voor dokken omdat u nu naburige rechten moet gaan betalen. Dat kost u 65 euro per jaar. Bent u fabrikant van stofzuigerzakken en u besluit in uw productie-ruimte de radio te laten klinken voor uw personeel dan bent u al snel een paar duizend euro kwijt omdat u het uw werknemers een beetje naar de zin wilt maken met een ontspannend muziekje. Het gaat ons in ons geval niet om die 65 euro per jaar die wij zouden moeten betalen, alleen: wij betaalden al aan de Buma/Stemra bij elke cd die we kochten, we betaalden de BTW op die cd's, en bovendien zijn wij niet echt een openbare ruimte met onze piepkleine onderneming. Op de site van Sena leest u de tarieven voor al die zogenaamde naburige rechten. U lacht zich echt een kriek. Zijn wij even blij dat we geen hotel runnen of een personeelsfeest geven...tjakka....
Protesteren zal wel niet helpen, en bezwaarschriften gaan ons te ver bij zo'n bedragje. Bovendien heeft de overheid natuurlijk belangrijkere zaken te regelen, zoals het tegemoet komen van de transportsector. Tja, al die accijnzen, dat is toch echt te gek. Komaan: we maken het goed met jullie. Alleen: hoe krijgen we die tegenvaller nu weer terug? Natuurlijk: de gewone man in zijn personenauto. Merkt ie toch niet! Ziet u wel, na het zuur komt het zoet, of was het nu andersom?

Nou genoeg zure taal: er was deze week ook iets leuks te melden: we hebben dan eindelijk de voeding voor de DC motor van de Michell platenspeler eens helemaal exact afgeregeld op het lichtnet. Een AC motor behoeft natuurlijk geen afregeling, maar een AC motor heeft klankmatig zo zijn nadelen. De afregeling heeft de Michell nu op eenzame hoogte gebracht. Wat een platenspeler!
Je moet er alleen eens in de zoveel tijd voor gaan zitten zeg maar. Overigens is een exact “toerental” van groot belang voor een correcte werking van bijvoorbeeld de RIAA, de spoorprestaties van het element, de dynamiek, de ruimteafbeelding enzovoorts. We willen u niet bang maken, maar het is van wezenlijk belang voor de ultieme lp beleving. En nee: een quarts gestuurde motor werkt echt niet...

We gaan maar weer eens lekker met vakantie binnenkort. Naar Bretagne. Daar kennen ze geen naburige rechten, wel het harde bestaan van een leven aan – en met de zee.

Sander

maandag 7 juli 2008

een middeleeuws carnaval



In de middeleeuwen werd het gehele leven beheerst door de katholieke kerk. Een paar dagen in het jaar kon het volk, samen met de lage geestelijkheid zich uitleven met het bespottelijk maken van de strenge geloofsleer. Tussen Kerstmis en Driekoningen of op de dag van de onnozele kinderen, en op nieuwjaarsdag werden de narrenfeesten gehouden. Het feest was een beetje vergelijkbaar met ons carnaval. Maar in de middeleeuwen ging het er nog een haartje erger aan toe!
In de straten ging het hele volk hossend en zingend door de straten, vaak verkleed als de duivel. Niet alleen in de straten werd de spot gedreven met de kerk, ook in de kerken zelf werden uitbundige narrenfeesten gehouden waaraan de geestelijken zelf deelnamen. Er was een nep-bisschop, priesters verkleedden zich als vrouw, en soms werd er een aap tijdens de mis naar het altaar gebracht. Er werd gedobbeld en flink gedronken. Volgens de kronieken zongen de geestelijken de meest schandelijke liederen, maakten obscene gebaren en werden rondgereden op een mestkar. Het was trouwens gebruik om tijdens de optochten flink met mest te gooien naar elkaar. Tijdens de mis werden teksten achterstevoren gelezen of werd een lied gezongen op een manier als een balkende ezel, er werd geboerd en er werden scheten gelaten. Kortom het was één groot narrenfeest.
Het Clemencic Consort maakte één van de leukste en waarschijnlijk beste reconstructies van zo'n mis gehouden tijdens het narrenfeest. Rene Clemencic ging uit van het in Beauvais gevonden Officium Circumcisionis manuscript.

Deze middeleeuwse carnavaleske onderbroekenlol is door Harmonia Mundi grandioos opgenomen. Bijna een echt audiofiele lp. Audiofielen willen bij het luisteren naar muziek (of de hifi-set) nogal eens al te ernstig kijken. Welnu: mag ik u deze plaat met een middeleeuws narrenfeest aanraden? Lachen mag!

dinsdag 3 juni 2008

George Pieterson speelt de Brahms klarinetsonates (lp)


Een plaat met klarinet en piano. Een lastige combinatie voor veel platenspelers! Deze Philips plaat uit 1979 met de klarinetsonates van Brahms is echt een bijzonder lastige opgave voor het element en de arm enerzijds en anderzijds zullen ook veel versterkers en luidsprekers het er behoorlijk benauwd door krijgen. De klarinet heeft een bereik van het klein octaaf tot het zes gestreepte octaaf, en juist het grote aandeel aan boventonen maakt de klarinet één van de lastigst weer te geven instrumenten voor audio-apparatuur. Sommige luidsprekers (en daar zijn heel wat dure “high-end” jongens bij) zien met geen mogelijkheid het typische, een beetje smeuïge karakter van een klarinet juist weer te geven. Deze Philips plaat is ook nog eens knap dynamisch opgenomen. Geef de plaat niet de schuld als het niet goed gaat. Het staat er allemaal perfect op. De vleugel staat iets rechts uit het midden naar achter en net iets links van het midden de klarinet. De weergave mag nooit gaan “knijpen” of vast lopen in de forte passages, laat staan schel of schraperig gaan klinken (dan moet u het element echt eens na laten kijken). Ook in de luide forte passages dienen vleugel en klarinet met behoud van karakter op de juiste plaats te blijven.
Brahms schreef zijn klarinetsonates op late leeftijd. Ze vormen zijn laatste composities op kamermuziek gebied. Probeert u maar eens het heerlijke Appassionato uit de tweede sonate. Het is eigenlijk een scherzo met een dromerig trio als middenstuk. In dit trio keert Brahms even terug naar zijn jeugd door enkele citaten te gebruiken uit zijn vroegste pianosonate en de ballades. Brahms klarinetsonates vormen samen met het klarinettrio en het hoorntrio één van de hoogtepunten uit de kamermuziek van de Romantiek.
(beluisterd op Quad ESL989 elektrostaten, Michel/SME4/Dynavector - Tube Elysium Apotheose, Tube Elysium Rossignol phono)
Sander

zaterdag 24 mei 2008

een audiofiele Concertgebouw opname


Deze Bizet plaat was één van de best verkochte platen van Philips. Als collectors-item dus nauwelijks interessant. Het is wél één van de mooiste opnamen met het Concertgebouworkest. In de jaren '70 – '80 stond Philips wat betreft opname-techniek aan de top. Zeker in de kamermuziek maakte Philips de mooiste opnamen. Ook de opnamen van het Concertgebouworkest zijn nog altijd toonaangevend. Deze opname van het Concertgebouworkest onder Bernard Haitink is om te smullen. Prachtig van sfeer, een enorme ruimte, en een ongelooflijke dynamiek. Met deze opname zit je gewoon ergens midden in de grote zaal van het Concertgebouw Amsterdam. Het staat allemaal als een huis. En dat allemaal geperst op nogal flut-vinyl. Ze konden er wat van bij Philips in die jaren! En: vergelijk dit maar eens met de latere Decca Concertgebouw opnamen, of met die afschuwelijke SACD opnamen op het RCO live (het huidige label van het Concertgebouw) label.
De muziek is wellicht wat oppervlakkig, maar de geluidskwaliteit is top!

dinsdag 20 mei 2008

De Haffner serenade van Mozart


In Mozart's oeuvre neemt de Haffner serenade een bijzondere plaats in. Enerzijds vormt deze serenade een afsluiting van de vele serenades die Mozart schreef voor allerlei buiten-activiteiten, anderzijds lijkt hier de volwassen Mozart met zijn donkere kanten aan het licht te treden. De Haffner serenade werd in opdracht geschreven voor de rijke handelaar en burgemeester van Salzburg, Sigmund Haffner ter gelegenheid van de bruiloft van diens dochter Elisabeth. Mozart aanvaarde de opdracht en schreef er een groots divertimento in maar liefst 8 delen voor. Het concertante element verwerkte Mozart in het tweede en vierde deel, met soloviool en orkest. Deze “twee vioolconcerten in een symfonie” werpen al de diepe melancholie en ernst vooruit die we kennen van de late Mozart. Een bijzondere plaats vormt het derde deel, het menuetto. Mozart gaat hier plotseling over in één van zijn favoriete (latere) toonsoorten g klein. De eerste maten zijn hoogst waarschijnlijk een (vermomd) citaat van een volksliedje dat nu niet bepaald bij de sfeer past van een feestelijke gebeurtenis als een bruiloft. Samen met de dreigende toonsoort en lading horen we in dit menuet de donkere en sarcastische kant van Mozart die we ook kennen uit de werken die ontstonden in zijn laatste levensjaar. Overigens viel de Haffner serenade zeer in de smaak, zelfs zo dat de opdrachtgever nog een serenade bestelde die Mozart uiteindelijk uitwerkte tot zijn Haffner symfonie, een rijp meesterwerk dat het bevattingsvermogen van de handelaar-burgemeester waarschijnlijk ver te boven moet zijn gegaan. Mozart was twintig jaar toen hij dit meesterwerk schreef, het werpt in veel opzichten al licht op de merkwaardige mengeling van optimisme en diepe somberheid die we kennen uit de laatste jaren van Mozart's muziek. De uitvoering door het orkest van de Bayerischen Rundfunks onder Kubulik en soloviolist Rudolhp Koeckert (de primarus van het Koeckert kwartet) is ideaal.

maandag 19 mei 2008

Een DG opname geeft zijn geheimen prijs...


Er zijn van die opnamen die maar niet willen klinken. Van die opnamen die op zijn best als matig kunnen worden omschreven, maar meestal erg beroerd klinken. Hoe “beter” de audio-installatie, hoe slechter ze lijken te gaan klinken. Wij willen daar nooit aan. Wij geloven simpelweg niet dat top-opname mensen een wanproduct afleveren. Natuurlijk wordt er geknoeid in de opnamewereld, maar soms lijkt een bepaalde combinatie eigenlijk niet te kunnen staan voor een slechte opname. Neem nu deze beroemde uitvoering van Brahms 4 door de Wiener Philharmoniker onder Carlos Kleiber. Waarschijnlijk de beste uitvoering van Brahms vierde symfonie. Alleen die opname! Velen zullen deze opname teleurgesteld in de platenkast hebben gezet omdat de opname meestal nogal beroerd klinkt. Scherpe strijkersklank en een dichtlopende orkestklank in de tutti. Eigenlijk niet om aan te horen. Het is schijn: de opname is helemaal niet zo beroerd. Sterker nog: is een heerlijke opname van de Wiener Philhramoniker. Maar we moeten er wel wat moeite voor doen....
Klaus Scheibe tekende voor de opname-techniek. Scheibe was nu niet bepaald een man die er maar met zijn pet naar gooide! Velen menen dat deze Brahms 4 zo slecht (lijkt) te klinken omdat het een digitale opname betreft. Wij zijn echter van mening dat er niets mis is met een digitale opname, we geloven alleen niet in het medium cd. Met digitale registratie is niets mis. In tegendeel, digitale opnametechniek kan echt grandioos zijn.
Het merkwaardige is dat deze Brahms 4, met het steeds muzikaler worden van onze installatie is meegegroeid. Gaandeweg heeft deze opname zijn schoonheid prijs gegeven. We stellen 'm met opzet aan u voor omdat juist zo'n plaat een echte kraker is voor uw installatie. Natuurlijk, een zeer audiofiele plaat op één of ander audiofiel label klikt al snel erg goed, maar dat doen ze eigenlijk op alle installaties wel. Deze Brahms 4 geeft zijn geheimen pas prijs als de installatie muzikaal écht weet te overtuigen. De grandioze sfeer van deze opname, de dynamiek in de orkesttutti, de klank van de houtblazers, het live gevoel komt slechts bij de allerbeste geluids-installaties tot leven. Bij ons groeide de opname met elke echte verbetering. Stond ie een aantal jaren geleden nog in de kast bij de afgeschreven en slechte opnamen, inmiddels zijn we zover dat we 'm trots laten horen aan iedereen die maar niet kan geloven dat er niets mis is met deze notoire audio-killer...
U bent dus gewaarschuwd, maar neemt u van ons maar aan dat er echt niets mis is met deze DG opname.

zondag 20 april 2008

bijenwas condensatoren

Update 18 mei 2008:

Na een aantal weken luisteren naar de Jupiter bijenwas condensatoren kunnen we u melden dat ze voortaan (onder voorbehoud van levering) zullen worden ingebouwd in onze voorversterkers en phonotrap. We hebben geen nadelen kunnen constateren, wel een inspeelperiode die langer is dan we gewend zijn. Voor de zelfbouwers onder ons: geef de Jupiters echt even de tijd, en voor wie zelf met de soldeerbout aan de gang gaat: kom nooit met de soldeerbout te dicht in de buurt van de condensator zelf! Zorg ervoor dat de condensatoren niet te dicht in de buurt van heet wordende weerstanden liggen (let dus op de lay-out). Op de website van Jupiter staan wat dat betreft enkele wijze raadgevingen. Voor de rest: een weergaloos mooie condensator! Over een paar weken gaan we de enige koppel condensator in de Apotheose vervangen voor een Jupiter. In de Apotheose wordt het dus echt goed warm. Eens kijken of er geen vreemde zaken gebeuren met de bijtjes in een echt warme omgeving...
Jupiter bijenwas condensatoren
We zijn altijd bezig met onderzoek of we onze versterkers nog kunnen verbeteren. Ons gehoor heeft daarin altijd het laatste woord. Uiteraard meten we alles na, maar meetresultaten zeggen zelden iets over hoe iets nu eigenlijk klinkt, bovendien laat een versterker meestal geen andere meetresultaten zien als we een bepaald onderdeel vervangen. Koppelcondensatoren in een buizenversterker zijn van die dingen die nogal wat uitmaken in de uiteindelijke klank. We gebruiken de beste die we konden vinden, en opnieuw gaf ons gehoor daarbij de doorslag voor onze keuze. We hebben Auricaps, Jensen, Audio-Note, Mundorf en een aantal vintage NOS papier in olie condensatoren vele maanden in de versterkers gehad. Uiteindelijk bleven de Auricaps, de Mosterd condensatoren en de NOS papier in olie condensatoren. Vorige week kregen we een aantal Jupiter bijenwas condensatoren binnen. Vreemde, een beetje kleverige klompjes. Jupiters hebben geen kunststof omhulsel, het papier is ingegoten in bijenwas. Een constructie die we al zien in de oude radiotechniek. Jupiter beweert de nadelen inmiddels onder de knie te hebben. Een blijvend nadeel is dat de bijenwas condensatoren slecht tegen hitte kunnen. Een nadeel dat we de komende maanden zullen onderzoeken. Vooralsnog gebruiken we de Jupiters dus in de voorversterker en phonotrap, waar de warmteontwikkeling niet al te groot is. Komende week zal één van de koppel c's in de Apotheose worden vervangen voor een Jupiter...
En hoe klinkt een Jupiter? Al meteen na vervanging van de NOS papier in olie en de Auricap valt het zeer gave en schone hoog op. Weergaloze strijkersweergave. Het geluid van een condensator die er koud een half uurtje inzit is meestal niet te genieten, de Jupiters laten meteen al iets van het magische horen dat ze in petto hebben. Nu na een week zijn de Jupiters lekker ingespeeld (de meten is weten jongens onder u moeten echt eens met open oren luisteren naar deze verschillen!), en wij kunnen niet anders zeggen dat de Jupiters echt magisch mooi zijn. Een krankzinnige resolutie, een zijdezacht hoog, een rijke voorname klank, volledig zonder stress. Zelfs de meest lastige opnamen klinken nu vrij en makkelijk. We horen lijnen en lagen in de muziek die voorheen verborgen bleven, de Jupiters klinken zo overtuigend dat we ze vanaf nu standaard gaan gebruiken. U weet dat wij vrij nuchter zijn, maar de bijenwas klompjes vinden we echt een aanwinst.
We moeten over een aantal weken nog wel onderzoeken of de Jupiters de relatieve warmteontwikkeling goed en blijvend kunnen doorstaan. Ze gaan er dus weer uit om er aan te meten. Immers: een condensator die vroegtijdig de geest geeft of snel gaat verouderen is natuurlijk geen optie. Enfin: over een paar weken weten we wat dat betreft meer. Zoals het er nu voorstaat vinden we de Jupiters met kop en schouder klankmatig boven alle verkrijgbare condensatoren staan.
Mensen met onze voorversterkers en phono's kunnen over een tijdje de Jupiters tegen kostprijs laten inbouwen (half uurtje werk)
Sander

donderdag 10 april 2008

Casals Prades Festival. Schubert op. 99


Klassieke muziek leren waarderen heeft niet alleen te maken met muzikaliteit of aanleg. Wie al vroeg in aanraking komt met klassieke muziek en daarbij door anderen geholpen wordt bij het luisteren heeft een goede start. Toen ik vanavond deze Casals plaat draaide moest ik onmiddellijk weer aan de dagen denken die ik als jongetje doorbracht bij mijn oudere zus en haar man Joop. Joop was net getrouwd met mijn zus en ik ging daar dan soms een weekendje logeren. Joop had conservatorium, en speelde trompet. Bij hem hoorde ik voor het eerst de Mahler symfonieën, platen met grote dirigenten als Bruno Walter, Monteux, Reiner en Toscanini. Ik zie Joop nog altijd staan voor zijn Dual pick-up, heftig gebarend en enthousiast vertellend over de muziek die op dat moment klonk uit zijn zelfgebouwde speakers met de Philips 9710. Joop was ook een echte platen-verzamelaar. Vaak gingen we naar Rotterdam om naar Dankers, de Bijenkorf of Termeulen te gaan om een plaat te kopen. Een paar jaar geleden is Joop overleden, en van mijn zus heb ik een groot gedeelte van zijn platenverzameling gekregen, waaronder ook deze Casals plaat. Muziek leren waarderen, de verhalen aan elkaar doorvertellen, elkaar steunen in de zoektocht naar je eigen muzikaliteit is ook iets wat Pablo Casals voorstond. Casals die de eerste was die de Bach cellosuites weer onder de aandacht bracht van het publiek in 1935, Casals die zijn eigen festival (Prades) oprichtte om er met gelijkgestemden bekende en minder bekende kamermuziek voor het publiek te spelen. Pablo Casals was niet alleen één van de grootste cellisten van de vorige eeuw, met zijn festival in Prades onsloot hij een wereld van kamermuziek voor het publiek, en zorgde voor een revival van het intieme kamermuziek recital. Voor veel musici was optreden in Prades met Casals een eer. We danken de mooiste live uitvoeringen juist aan Pablo Casals en zijn festival. Op deze plaat horen we Casals samen met de violist Alexander Scheider en de pianist Eugene Estomin in het eerste trio van Schubert. Een prachtige, zangerige uitvoering, rond 1955 opgenomen. Het is niet de “perfectie” die we vandaag de dag horen op cd, hier en daar horen we een foutje of is de intonatie niet optimaal, maar de sfeer en muzikaliteit is tastbaar. Het is droevig te moeten constateren dat al die opnamen ooit gemaakt tijdens het Prades Festival niet meer door platenmaatschappijen worden uitgebracht op cd, zodat een jonge generatie daar kennis mee kan maken.
Sander

dinsdag 8 april 2008

Campoli speelt Saint Saens


In deze tijd van muziek op harde schijven, squeezeboxen, mp3 bestanden, de veel voor weinig en het “gemak” dient de mens mentaliteit, doen wij het nog steeds met de ouderwetse grammofoonplaat. Komt geen afstandsbediening of computer aan te pas. Met vaste hand laten we de naald in de groef zakken. Daar stappen we nooit meer vanaf! Uiteraard hebben we een cd-speler en veel muziek op cd, maar het liefst luisteren we naar een grammofoonplaat, jawel zelfs mono platen. “Gesqueezde” muziek vanaf een harde schijf komt er bij ons niet in. Wij lieten ons laatst zo'n gesqueesd” muziekje voorspelen door een “gesqueesde lounge” mijnheer die het laatste snufje van de audio/computer industrie helemaal het einde vond. Fantáástisch mijnheertje, een routertje erbij en je kunt overal in je huis muziek afspelen. Lekker zappen en browsen door je muziekcollectie, echt súúper! Nou, we vonden het niet zo súúper toen we het glazige en waterige geluid hoorden. Letten die lounge figuren (zo noemen we ze hier maar bij Tube Elysium) nu echt nooit eens op echte geluiden die ons dagelijks omringen, wonen die loungers nu nooit eens een muziekuitvoering bij, of bestaat hun perceptie van geluid en muziek uitsluitend nog in hun virtuele “hyves” wereld?
Luistert u eens naar het naargeestige geluid van al of niet gecomprimeerde muziekbestanden vanaf een harde schijf zoals dat tegenwoordig in schijnt te zijn. Let u eens op de klanken van klinkers en medeklinkers, impuls geluiden, glijdende tonen, dynamiek stapjes. Uiteraard heeft dat zeker te maken met de kwaliteiten van de omzetting of de mate van compressie of de wijze waarop het geluid wordt opgeslagen. Het kan allemaal heel aardig klinken. Maar aardig is voor ons nog niet goed! Wij beginnen er dus niet aan, bovendien hebben we helemaal geen behoefte aan overal muziek in huis, en zappen in onze muziek is ook niet zo onze stiel.

Komen we daarmee aan iets heel ouderwets: deze stokoude Decca 25 cm grammofoonplaat. Mono uit 1956. De violist Alfredo Campoli speelt met de London Sympony onder Fistoulari de Havanaise en het Rondo Capricioso van Saint Saens. Speciaal voor de “loungers”, maar ook voor de doorgedraaide audiofielen onder u die menen dat kwaliteitsweergave alleen met zeer speciale audiofiele platen-en cd-labels mogelijk is, willen wij u deze mono plaat eens onder de aandacht brengen. In de eerste plaats is deze oude Decca 10 inch een document van één van de grote violisten uit de vorige eeuw, en in de tweede plaats omdat deze mono plaat echt enorm goed klinkt. Zo kan muziek vanaf een grammofoonplaat dus klinken, puur, fascinerend, meeslepend, en echt onwaarschijnlijk dynamisch. Daar kan geen audiofiele plaat, cd of sacd tegenop! U luistert zo'n plaat ademloos van het begin tot het eind uit. Niks geen gezap of “gebrowse”, gewoon op je stoel zitten en luisteren naar muziek.

Ach, het plaatje kraakt iets (de VPI platen-wasmachine heeft 'm aardig stil gekregen), er zit een brom in de opname en hier en daar zit er een persfout in. Maar wat een opname, wat een dynamiek, wat een betoverende klank! Let wel: uw apparatuur moet echt van de hoogste muzikale orde zijn wil het plaatje zijn weergaloze klanken vrijgeven. Met een mono-element (jawel die worden weer gemaakt) klinkt ie nog mooier, maar ook met een stereo-element is het al schitterend.

Wij verzamelen overigens mono platen, u heeft misschien (nog) geen idee hoe fraai dat kan zijn, maar wij worden er soms heel opgewonden van. We kennen zelfs mensen in Japan die helemaal “monogaam”zijn gaan leven, met mono-platen, één monoversterker en één luidspreker. Weet u, we kunnen er ons nog iets bij voorstellen ook! Zonderling? Weet u wat: koopt u op de plaatselijke markt maar eens zo'n Decca, Columbia, Philips Minigroove of DG mono plaatje. Probeer het maar eens, wedden dat het echt muzikaal klinkt, naar ons idee zo muzikaal dat we al die audiofiele opnamen maar met een grote korrel zout nemen. Sterker nog: bij ons klinkt bij een demo gewoon een oude mono plaat. En over al die squeeze ellende zullen we het maar niet meer hebben...
Sander, Tube Elysium

revostyler
bezoekers sinds februari 2008

Welkom op de Weblog van Tube Elysium

Dordtse aangelegenheden...